PYRIET
Andere naam: zwavelkies
Chemische samenstelling: FeS2 + Co,Ni,Sb + (Cu,Au,Zg,Zn)
Mineraalgroep: sulfiden
Kristalstelsel: kubisch
Vorming: primair, secundair of tertiair
Hardheid: 6 tot 6,5
Kleur: kopergeel, ondoorzichtig
Glans: metaalglans
Vindplaatsen: Italië, Spanje, Peru, Chili, VS, Mexico, Zweden, Australië
Bewerking: cabochon, polijsten
Pyriet is een kubisch kristalliserende ijzer-zwavelverbinding. Pyriet met volledig gevormde kristallen ontstaat voornamelijk hydrothermaal.
De ronde en knolvormige pyriet ontstaat sedimentair in klei en steenkool.
Pyrietzon ontstaat tertiair en heeft een platte concentrische vorm.
Er zitten organische stoffen in, die 250 miljoen jaar geleden bij het ontstaan van steenkool werden afgezet.
Pyriet of zwavelijzererts wordt gevonden in massa’s, in korrels of in kristalvorm.
Men gebruikt het om zwavel te verkrijgen. In de steentijd werd pyriet al gebruikt om vuur te maken. Bij het ertegenaan slaan ontstaan vonken.
De naam pyriet betekent dan ook vuursteen.
Ook werd de steen gebruikt om spiegels van te maken. Dit werd vooral door de Inca’s gedaan.
Tegenwoordig wordt het zwavelzuur verkregen uit pyriet gebruikt bij het maken van o.a. kunstmest en plastic.
Men slijpt de pyriet machinaal tot kleine rozetjes die dan in sieraden gemonteerd worden.
De steen wordt om zijn goudglans wel gezet in ringen.
Pyriet is bros en vereist wel een voorzichtige bewerking. Door vocht kan het mineraal gemakkelijk oxideren.
Soms worden de losse kristalletjes tot facetstenen of cabochons geslepen en gepolijst en worden dan verkocht als markasiet.
Vanwege de kleur is de bijnaam van pyriet ’goud van de dwaas’.
|
|