TIJGEROOG
Chemische samenstelling: SiO2 + FeOOH
Mineraalgroep: oxiden, kwartsgroep
Kristalstelsel: trigonaal
Vorming: secundair
Hardheid: 6,5 tot 7
Kleur: goudbruin/zwart met kleurvlekken, ondoorzichtig
Glans: glasachtig
Vindplaatsen: Zuid-Afrika, West-Australië, India, VS
Bewerking: kraal, cabochon, polijsten
Het tijgeroog is een trigonaal gekristalliseerd kwartsaggregaat met parallelle steeltjes en ingesloten limonietvezels (moerasijzer). Het gaat om een door verwering verder geoxideerde valkenoog.
Door oxidatie van het ijzer erin wordt hij goudachtig. Tijgeroog wordt vooral gevonden in ijzerrijke gesteenten.
De glans die hij geslepen heeft, wordt veroorzaakt door de limonietvezels (chatoyeren). De steen doet dan aan een oog denken, vandaar de naam.
In 1800 werd aan deze steen de naam crocidoliet gegeven, wat ’draadsteen’ betekent. Dit omdat de stenen uit vezels van hoornblende-asbest bestaan.
Bij het slijpen is de richting van de steen heel belangrijk om het kenmerkende effect goed te verkrijgen. Een cabochonvorm is hiervoor het meest geschikt.
|
|